Spekzènge

Een traditie die al sinds mensen heugenis in Illikhoven en Visserweert bestaat is het spekzènge op Carnavalsmaandag in de ochtend.
 
De kinderen van Illikhoven en Visserweert (of hun afstammelingen) die nog op de basisschool zitten gaan dan al zingend langs de deuren en halen dan eieren, suiker, boter, melk en meel op om pannekoeken te bakken. Vroeger liep er ook nog iemand mee met een stok waar een flinke spitse punt op werd gemaakt om spek aan te rijgen. De kleinere kinderen hadden een stok waar een washandje aan werd gemaakt (het Buujelke) en zij haalden geld op wat werd verdeeld.
Vroeger werd dan bij een van de oudste kinderen thuis pannekoeken gebakken en gegeten, sinds de komst van het geemeenschapshuis wordt dit daar gedaan, door de moeders van de oudste kinderen. Vroeger was dit een rondgang wat alleen door de kinderen werd gelopen en georganiseerd. Tegenwoordig gaan veel ouders (oud inwoners) met hun kinderen mee. Ook de prins gaat mee, en soms leden van de PEERLINKE. Op veel plaatsen staat er tegenwoordig iets lekkers voor de kinderen klaar en voor de begeleiders een borrel met als gevolg dat zij tegenwoordig aan het einde vaak harder zingen dan de kinderen.
 
Tekst van het liedje:
En es het vastelaovend is den rieje weer noa bonn
Honderd eiere op eine daag
leverwoostjte sop
Doa houte ver os neet aan op
Loat os wiejer goan tot aan de bekkershuuskes
Doa piepe alle muuskes
Roepespoep roepespoep doa kump alweer eine pfenning oet.
 
Er is nog een ander liedje wat nu niet meer gezongen wordt:
Vatelaovend dae kump aan
Laot de maedjes vreug opstjoan
Ze kieke hiej, ze kieke doa
Ze kieke rondj en om
Mooder zet het mötske rech
Jan zal komme sjpele
Kump ter deezen aovend neet
Den kump ter de ganse vastelaovend neet
Fikke fakkerei, fikke fakkerei
Gaef os ein centje den goan wer veurbei